De ingangsdatum van deze accreditatieregelgeving is 1 juli 2017.
1. Begripsomschrijvingen

1.1. ABSG: Accreditatie Bureau Sociale Geneeskunde.
1.2. Erkend geneeskundig specialisme: geneeskundig specialisme waarvan het register wordt gevoerd door de RGS.
1.3. Erkend artsenprofiel: artsenprofiel waarvan het register wordt gevoerd door de RGS.
1.4. GAIA: Gemeenschappelijke Accreditatie Internet Applicatie van de wetenschappelijke verenigingen.
1.5. Geneeskundig specialist: een arts met een registratie als geneeskundig specialist bij de RGS.
1.6. NVAB: Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde
1.7. RGS: Registratiecommissie Geneeskundig Specialisten van de KNMG.
1.8. Wetenschappelijke vereniging: wetenschappelijke vereniging of beroepsvereniging van een erkend geneeskundig specialisme of erkend artsenprofiel.

2. Reikwijdte van deze regelgeving

2.1. Deze regelgeving is van toepassing op artsen Arbeid en Gezondheid, bedrijfsartsen.

3. De bedrijfsarts is zelf verantwoordelijk voor het invoeren van bewijsstukken in GAIA

3.1. De bedrijfsarts is verantwoordelijk voor het invoeren van een elektronische scan in GAIA van de bewijsstukken, waaruit blijkt dat is voldaan aan de voorwaarden om aanspraak te kunnen maken op accreditatie-uren voor overige deskundigheidsbevordering.
3.2. Per artikel van deze regeling wordt expliciet aangegeven welke bewijsstukken de bedrijfsarts dient in te voeren in GAIA, om aanspraak te kunnen maken op deze accreditatie-uren.
3.3. Als bewijsstukken ontbreken of onvolledig zijn, zal de RGS de bijbehorende accreditatie-uren niet meerekenen ten behoeve van de herregistratie tot bedrijfsarts.

4. De bedrijfsarts is zelf verantwoordelijk voor het invoeren van het aantal accreditatie-uren in GAIA

4.1. De bedrijfsarts is verantwoordelijk voor het invoeren van het aantal accreditatie-uren voor overige deskundigheidsbevordering in GAIA, waarop de bedrijfsarts volgens deze regeling aanspraak kan maken.
4.2. Per artikel van deze regeling wordt aangegeven op hoeveel accreditatie-uren de bedrijfsarts aanspraak kan maken voor de betreffende vorm van overige deskundigheidsbevordering.
4.3. Accreditatie-uren voor overige deskundigheidsbevordering die niet zijn ingevoerd in GAIA, zal de RGS niet meerekenen ten behoeve van de herregistratie tot bedrijfsarts.

5. Verkrijgen van accreditatie-uren voor auteurschap

5.1. De publicatie betreft een compleet artikel, d.w.z. dat het artikel tenminste is opgebouwd uit de volgende onderdelen: inleiding, methode, resultaten, conclusies/ beschouwing.
5.2. Het artikel is automatisch geaccrediteerd als het is gepubliceerd in:
─ een tijdschrift dat voorkomt op de tijdschriftenlijst van de US National Library of Medicine (PubMed).
─ het Tijdschrift voor Bedrijfs- en Verzekeringsgeneeskunde (TBV)
5.3. Auteurs kunnen aanspraak maken op een forfaitair aantal accreditatie-uren: eerste auteur: 10 uren, tweede auteur: 5 uren, derde en verdere auteurs: 2 uren.
5.4. De bedrijfsarts is verantwoordelijk voor het invoeren van de volgende bewijsstukken in GAIA:
─ een elektronische scan van de tijdschriftpagina’s met het betreffende artikel, waaruit blijkt:
 de titel van het tijdschrift waarin het artikel is gepubliceerd;
 dat het artikel tenminste is opgebouwd uit de volgende onderdelen: inleiding, methode, resultaten, conclusies/ beschouwing;
 de datum waarop het artikel is gepubliceerd;
 of de bedrijfsarts eerste, tweede of verdere auteur is.

6. Verkrijgen van accreditatie-uren voor universitaire promotie

6.1. Een promotie betreft de CanMEDS-competentie ‘kennis en wetenschap’, zodat geen discussie ontstaat over de vakinhoudelijke relevantie.
6.2. Promovendi kunnen aanspraak maken op 40 accreditatie-uren na afronding van de promotie ongeacht het onderwerp (dus bijvoorbeeld ook musicologie).
6.3. De 40 accreditatie-uren worden toegerekend aan de promotiedatum.
6.4. De bedrijfsarts is verantwoordelijk voor het invoeren van de volgende bewijsstukken in GAIA:
─ een elektronische scan van de pagina(s) uit het proefschrift, waaruit blijkt:
 de naam van de universiteit waar de promotie heeft plaatsgevonden;
 de promotiedatum;
 de naam van de bedrijfsarts (promovendus).

7. Verkrijgen van accreditatie-uren voor deelname aan richtlijncommissie

7.1. Deelname aan een commissie die een wetenschappelijke richtlijn ontwikkelt wordt beloond met accreditatie-uren.
7.2. Per bijeenkomst waaraan het commissielid daadwerkelijk heeft deelgenomen worden forfaitair 2 accreditatie-uren toegekend, met een maximum van in totaal 10 accreditatie-uren per 12 maanden.
7.3. De bedrijfsarts is verantwoordelijk voor het invoeren van de volgende bewijsstukken in GAIA:
─ een elektronische scan van het verslag van een bijeenkomst, waaruit blijkt:
 dat de bedrijfsarts lid is de richtlijncommissie;
 de datum van de bijeenkomst van deze commissie;
 dat de bedrijfsarts heeft deelgenomen aan de bijeenkomst op deze datum.

8. Verkrijgen van accreditatie-uren voor lidmaatschap van:
─ het bestuur van (een kring) van een wetenschappelijke vereniging, of
─ een relevante vakinhoudelijke commissie of werkgroep

8.1. Het moet gaan om lidmaatschap van:
─ een bestuur, commissie of werkgroep waarvan lidmaatschap van tevoren is geaccrediteerd door het ABSG; op de website van het ABSG is hiervan een limitatieve lijst te vinden, of
─ een bestuur, commissie of werkgroep waarvan lidmaatschap op verzoek van de bedrijfsarts wordt geaccrediteerd door het ABSG. In de praktijk betekent dit dat de bedrijfsarts de naam van het bestuur, de commissie of werkgroep invoert in GAIA en dat deze invoer daarna door het ABSG wordt gevalideerd, waarmee deze is geaccrediteerd.
8.2. Per bijeenkomst waaraan het bestuurslid, commissielid of werkgroepslid daadwerkelijk heeft deelgenomen worden forfaitair 2 accreditatie-uren toegekend, met een maximum van in totaal 10 accreditatie-uren per 12 maanden (ongeacht het aantal lidmaatschappen).
8.3. In het geval van een lidmaatschap van het NVAB bestuur is de bedrijfsarts verantwoordelijk voor het invoeren van de volgende bewijsstukken in GAIA:
─ een elektronische scan van een verklaring waaruit blijkt:
 dat deze verklaring is opgesteld door de NVAB;
 dat deze bedrijfsarts lid is van het NVAB bestuur;
 op welke data het bestuur bijeen is gekomen;
 dat de bedrijfsarts op deze data heeft deelgenomen aan de bijeenkomsten.
8.4. In het geval van een lidmaatschap aan een Kringbestuur, commissie of werkgroep is de bedrijfsarts verantwoordelijk voor het invoeren van de volgende bewijsstukken in GAIA:
─ een elektronische scan van het verslag van een bijeenkomst, waaruit blijkt:
 dat de bedrijfsarts lid is van een kringbestuur, commissie of werkgroep, zoals omschreven in artikel 8.1.
 de datum van de bijeenkomst van dit kringbestuur, deze commissie of deze werkgroep;
 dat de bedrijfsarts heeft deelgenomen aan de bijeenkomst op deze datum.
9. Verkrijgen van accreditatie-uren voor deelname aan én succesvolle afronding van een visitatie

9.1. Het moet gaan om een door een wetenschappelijke vereniging (zie artikel 1.8) erkende visitatie.
9.2. Voor de deelname aan en succesvolle afronding van een visitatie kan de bedrijfsarts achteraf aanspraak maken op 25 accreditatie-uren, eenmaal per 5 jaar.
9.3. Zonder succesvolle afronding worden voor deelname aan de visitatie geen accreditatie-uren toegekend.
9.4. De bedrijfsarts is niet zelf verantwoordelijk voor het invoeren van bewijsstukken in GAIA. Door een koppeling van Scorion met GAIA worden de accreditatiepunten centraal toegevoegd.

10. Verkrijgen van accreditatie-uren voor uitvoering van een visitatie

10.1. Het moet gaan om een door een wetenschappelijke vereniging (zie artikel 1.8) erkende visitatie.
10.2. Voor de uitvoering van een visitatie kan de visitator achteraf aanspraak maken op 2 accreditatie-uren, met een maximum van in totaal 5 accreditatie-uren per 12 maanden.
10.3. De bedrijfsarts is zelf verantwoordelijk voor het invoeren van de volgende bewijsstukken in GAIA:
─ een elektronische scan van een verklaring waaruit blijkt:
 dat deze verklaring is opgesteld door de NVAB;
 op welke datum de visitatie heeft plaatsgevonden;
 dat de bedrijfsarts op deze datum als visitator uitvoering heeft gegeven aan deze visitatie.

11. Verkrijgen van accreditatie-uren voor uitvoering van een audit van een door het ABSG geaccrediteerde scholing

11.1. Het moet gaan om een audit in opdracht van het ABSG van een door het ABSG geaccrediteerde nascholing.
11.2. Voor de uitvoering van de audit kan de auditor achteraf aanspraak maken op 2 accreditatie-uren, met een maximum van in totaal 5 accreditatie-uren per 12 maanden.
11.3. Deze scholing kan niet separaat worden opgevoerd door de auditor als nascholing.
11.4. De bedrijfsarts is zelf verantwoordelijk voor het invoeren van de volgende bewijsstukken in GAIA:
─ een elektronische scan van een verklaring waaruit blijkt:
 dat deze verklaring is opgesteld door het ABSG;
 op welke datum de audit heeft plaatsgevonden;
 dat de bedrijfsarts op deze datum als auditor uitvoering heeft gegeven aan deze audit.

12. Verkrijgen van accreditatie-uren voor voordracht

12.1. De voordracht is automatisch geaccrediteerd als deze wordt gehouden tijdens een bijeenkomst die is geaccrediteerd door een wetenschappelijke vereniging (zie artikel 1.8).
12.2. Onder een voordracht wordt verstaan een presentatie tijdens een symposium of congres waar een substantiële inhoudelijke voorbereiding aan ten grondslag ligt (veelal een PowerPoint-presentatie). Eigenlijk wordt de inhoudelijke voorbereiding beloond. Een posterpresentatie valt hier wel onder, maar een paneldiscussie niet. Een voordracht tijdens een workshop afhankelijk van de inhoud.
12.3. Voordrachten worden uitsluitend geaccrediteerd als deze worden gehouden tijdens een bijeenkomst die is geaccrediteerd door een wetenschappelijke vereniging (zie artikel 1.8).
12.4. Per voordracht kan de spreker aanspraak maken op forfaitair 3 accreditatie-uren.
12.5. Als dezelfde bedrijfsarts tijdens een bijeenkomst meerdere voordrachten geeft, kunnen hiervoor in totaal toch niet meer dan 3 accreditatie-uren worden behaald (ook niet als de bijeenkomst zich over meerdere dagen uitstrekt).
12.6. Voor eenzelfde (of inhoudelijk vergelijkbare) voordracht kunnen slechts eenmaal accreditatie-uren worden verkregen.
12.7. Als een bedrijfsarts zowel deelnemer aan als spreker op een bijeenkomst is, tellen zowel de accreditatie-uren als deelnemer, als de accreditatie-uren als spreker.
12.8. De bedrijfsarts is zelf verantwoordelijk voor het invoeren van de volgende bewijsstukken in GAIA:
─ een elektronische scan van het programma van de nascholing, waaruit blijkt:
 dat het gaat om een door een wetenschappelijke vereniging (zie artikel 1.8) geaccrediteerde bijeenkomst. Voor een Nederlandse bijeenkomst is het in dit verband voldoende om het GAIA id-nummer (identificatienummer) van de scholing in GAIA te vermelden;
 waar (locatie) en wanneer (datum) en door wie de voordracht gehouden is.

13. Verkrijgen van accreditatie-uren voor deelname aan een Regionaal Tuchtcollege

13.1. Het moet gaan om deelname aan een Regionaal Tuchtcollege, die voorkomt op de websites Tuchtcolleges voor de gezondheidszorg.
13.2. Voor deelname aan een tuchtzaak kan de bedrijfsarts achteraf aanspraak maken op 2 accreditatie-uren, met een maximum van 5 accreditatie-uren per jaar.
13.3. De bedrijfsarts is zelf verantwoordelijk voor het invoeren van de volgende bewijsstukken in GAIA:
─ het elektronische document “Samenstelling van het tuchtcollege en nevenfuncties van de leden (en de betreffende plaats)” (te downloaden van de website van de Tuchtcolleges voor de Gezondheidszorg), waaruit blijkt:
 dat de bedrijfsarts lid is van dit Tuchtcollege;
─ een elektronische scan van de uitspraak van het Tuchtcollege, waaruit blijkt:
 op welke datum de tuchtzaak heeft plaatsgevonden;
 dat de bedrijfsarts op deze datum als lid van het tuchtcollege uitvoering heeft gegeven aan deze tuchtzaak.

14. Verkrijgen van accreditatie-uren voor gastdocentschap binnen een opleidingsinstituut voor geneeskundig specialisten dat is erkend door de RGS

14.1. Artikel 11 is niet van toepassing op bedrijfsartsen met een full time of part time aanstelling als docent bij het betreffende opleidingsinstituut.
14.2. Het moet gaan om een gastdocentschap bij het betreffende opleidingsinstituut.
14.3. Per uur contactonderwijs aan artsen in opleiding tot geneeskundig specialist of profielarts kan de docent aanspraak maken op 1 accreditatie-uur met een maximum van 10 accreditatie-uren per 12 maanden (ongeacht het aantal verschillende gastdocentschappen).
14.4. De bedrijfsarts is zelf verantwoordelijk voor het invoeren van de volgende bewijsstukken in GAIA:
─ een elektronische scan van een verklaring waaruit blijkt:
 dat deze verklaring is opgesteld door het erkende opleidingsinstituut;
 op welke datums of in welke periode het contactonderwijs heeft plaatsgevonden;
 op hoeveel accreditatie-uren de bedrijfsarts (gastdocent) aanspraak kan maken op basis van de voorgaande bepalingen.

15. Verkrijgen van accreditatie-uren voor het volgen van nascholing t.b.v. de uitoefening van de functie van instituutsopleider of praktijkopleider van AIOS

15.1. Dit artikel betreft uitsluitend door de RGS erkende instituutsopleiders en door de RGS erkende praktijkopleiders.
15.2. Het moet gaan om scholing die is georganiseerd door een door de RGS erkend opleidingsinstituut voor de bedrijfsgeneeskunde.
15.3. Per klokuur gevolgde scholing kan de arts aanspraak maken op 1 accreditatie-uur met een maximum van 20 accreditatie-uur per jaar.
15.4. Het verdient de voorkeur dat het opleidingsinstituut de accreditatie-uren waarop de instituuts- of praktijkopleider recht heeft, invoert in GAIA. Als het opleidingsinstituut de accreditatiepunten niet invoert in GAIA, is de bedrijfsarts zelf verantwoordelijk voor het invoeren van de accreditatiepunten in GAIA en geldt artikel 15.5.
15.5. Als de bedrijfsarts de accreditatie-uren zelf invoert in GAIA, tellen deze uren alleen mee voor de herregistratie, indien de bedrijfsarts ook de volgende bewijsstukken in GAIA invoert:
─ een elektronische scan van een verklaring waaruit blijkt:
 dat deze verklaring is opgesteld door het erkende opleidingsinstituut;
 dat de scholing was gericht op instituutsopleiders en/of praktijkopleiders;
 op welke data of in welke periode de scholing heeft plaatsgevonden;
 op hoeveel accreditatie-uren de bedrijfsarts (instituutsopleider of praktijkopleider) aanspraak kan maken op basis van de voorgaande bepalingen.

16. Verkrijgen van accreditatie-uren voor het begeleiden van geneeskundestudenten bij een stage of coschap op het gebied van de bedrijfsgeneeskunde.

16.1. Dit artikel betreft uitsluitend stages en coschappen die worden gevolgd in het kader van een door de Nederlandse rijksoverheid erkende opleiding geneeskunde.
16.2. Per student die wordt begeleid, kan de begeleider aanspraak maken op een forfaitair aantal van 2 accreditatie-uren, met een maximum van in totaal 4 accreditatie-uren per 12 maanden.
16.3. De bedrijfsarts is zelf verantwoordelijk voor het invoeren van de volgende bewijsstukken in GAIA:
─ een elektronische scan van een verklaring waaruit blijkt:
 dat deze verklaring is opgesteld door de betreffende geneeskunde opleiding;
 dat de begeleiding van de stage of coschap onderdeel was van de opleiding geneeskunde;
 op welke datums of in welke periode de begeleiding heeft plaatsgevonden;
 op hoeveel accreditatie-uren de bedrijfsarts (begeleider) aanspraak kan maken op basis van de voorgaande bepalingen.

Bijlage I: Geaccrediteerde commissies en werkgroepen

A. Bestuur NVAB

B. Bestuur Kring NVAB

C. Commissies

─ Accreditatie (CA)
─ Autorisatiecommissie (AC)
─ Beroepsziekten
─ Beroepsuitoefening en Ethiek (CBE)
─ Internationale betrekkingen (CIB)
─ NVAB Nascholing (CNN)
─ Onderwijs & Wetenschap
─ Richtlijnontwikkeling en Wetenschap (CROW)
─ Visitatie Bedrijfsartsen (CVB)
─ Wet- en Regelgeving (CWR)

D. Werkgroepen

─ Werkgroep Infectieziekten en Arbeid
─ Werkgroep Praktijkondersteuner bedrijfsarts (POB)